terug naar Artikelen
19.07.1911, Tijdschrift "Evolutie" (feministisch en progressief weekblad)
Deel 1
Cherchez la femme.
LIDA CONTENT.
Dit wil zeggen: Staat ge verwonderd voor de een of andere zaak, begrijpt ge de aanleiding niet, niet de draad, die er door loopt; staat ge, vooral, niet begrijpend, voor de handelwijze van een man — de toevlucht van uw vernuft zij: de vrouw. Kunt ge den naam van een vrouw opsporen, zij het in het luchtigst verband met de zaak — ge zijt op den juisten weg, ge hebt het geval onder den duim. Licht zal gaan gloren, hoe langer hoe sterker, over de zaak — hebt ge maar eerst de vrouw ontdekt.
Van ontdekken spreek ik, van opsporen, het Fransch van chercher. Immers, dat is ook een kwestie, waar de zegswijze nadruk op wil leggen: ze is niet de klaarblijkelijke, voor zichzelf getuigende motor in de zaak, ze is niet openlijk aan te klagen, niet officieel te arresteeren, la femme. Ze brengt het alles in beweging op een slinksche manier, ze houdt zichzelf achteraf; heeft ze den boel aan het rollen gebracht, dan gaat ze genieten op een afstand. Cherchez, cherchez! Tracht uit een draad van het web, dat ge gesponnen ziet, de spinster te kennen. Cherchez! De vrouw spint (=hard werken, zwoegen), de vrouw spint om brood, om aanzien, om bewondering, om le plaisir de se voir aimée, ja, om le plaisir de se voir aimée de son aimé spint ze. Ze spint om haar overtuiging, om haar diep-heilige overtuiging — erger: om het loutere genot van het spinnen spint ze de bontste fantasieën. De vrouw is spinster geboren, intrigante geboren. Cherchez!
Ik hoop niet, dat ge meent dat ik wrakend aan 't werk ben, tegenover een den menschen aanklevend onjuist oordeel; dat zou u op een sensatie van teleurstelling komen te staan. Ironie is verre van me. Ik voor mij heb reeds lang gemeend te mogen constateeren, dat de berekening bij vrouwen een aanmerkelijk meer ontwikkelde eigenschap is dan bij mannen. Dat de berekening van vrouwen veelvuldiger en langs nauwer, kronkelender paadjes de wereld bekruipt dan die van mannen.
M'n bedoeling is echter de vraag te stellen, of het een onnatuurlijke gang van zaken geweest is, die de vrouw heeft doen worden tot het omzichtig, snel vooruitziend, tot het berekenend wezen, dat ze werkelijk is. En voor haar, die nogmaals een verootmoediging vreezen, zij het antwoord terstond reeds gegeven: neen, neen. De vrouw intrigante staat in logica bv. gelijk met: het kind, onder Africa's zengende zon geboren uit inboorlingen, een neger. Verwonderen kunnen we ons, dat onder die dubbel-en-dwarse bedeeling met Oostersche omstandigheden er voor dat negerkind niet een kleur ontstaan is, zwarter dan zwart. Verwonderen kunnen we ons, dat onder die dubbel-en-dwarse bedeeling met benauwende omstandigheden der vrouw niet een eigenschap is gaan aankleven, die we bedaardheidshalve maar intrigant-in-'t-kwadraat zullen noemen.
Eeuwen en eeuwen was het schoonste wat over een vrouw in 't gesprek gebracht kon worden, dat er niet over haar gesproken werd. Verlangde dus een vrouw, dat is een levend wezen met een levenden geest, den drang van haar arbeidsgulzigen geest bot te vieren, dan was de aangewezen weg dat ze — in haar torenkamertje zich terugtrok, aldaar haar webbetje spon en door haar venstertje de werking der kleffe draden gadesloeg. Cherchez !
De vrouwen, levende wezens met levende, ja, van leven sprudelnde geesten, die bv. de koningen en daarmee het gansche volk der Franschen regeerden — ze legden heel haar sprudeling ten koste aan een niet altijd heilzaam dradenspel. Wie zal zeggen wat heil uit haar geesteskracht en geestesrijkdom voor het Fransche volk en mogelijk voor Europa ware voortgevloeid, indien ze, opgegroeid onder gelijke omstandigheden als haar broeders, als deze haar politieke gaven openlijk in praktijk hadden mogen brengen?
Nu zaten ze in de torenkamers van het paleis, en sponnen haar draden over de gansche wereld. Cherchez!
De mannen schudden hun hoofden, vinden deze wijze van politiseeren bedenkelijk, heffen hoog een banier, waarop een in woorden voor eeuwig vastgeklonken phrase als bij voorbeeld: sluwheid — uw naam is vrouw.
Maar ze zijn zich niet bewust, hoe ze dreven en nog drijven de vrouw naar haar geheimzinnig spinnewiel. Onontwikkelden zoo goed, meer nog als ontwikkelden. De Grieken zijn daar geweest om het ons te bewijzen. Zooals in het ons nog versch heugende Holland het meisje werd opgevoed voor de breikous, zoo werd in het oude Griekenland het meisje groot gebracht bij en voor het spinnewiel ; de Grieken bedoelden het en ook ik bedoel het dezen keer in de meest materieele, letterlijke beteekenis. Dikwijls en luide werd het verkondigd : De plaats van den man is in de volksvergadering, van de vrouw in huis. En dat liefst in een aparte vrouwenkamer. Gevolg : onwetende, bekrompen, kleingeestige vrouwen. Gevolg: zucht van de wet- en toongevende mannen, naar 'n ander slag vrouwen. Gevolg: voortdurende immigratie van hetaeren, voornamelijk uit Klein-Azië, die met haar lossere zeden, daardoor vrijeren omgang met mannen, daardoor breeder ontwikkeling, den Grieken gaven wat ze in hun eigen vrouwen, opgegroeid onder hun eigen wetten en zeden, misten. Vierde consequèntie: De Grieksche vrouwen achter een figuurlijk spinnewiel.
Maar niet noodig is het, dat we in verre historie wroeten en verre voormoeders opduiken om op te wijzen met een: Is het wonder, dat ons, afstammelingen van dezulken, het spinnen ingeboren zit?
De moeders waar we rechtstreeks van afstammen en die ons dus onmiddellijk haar eigenschappen ingoten, groeiden al evenmin onder gunstige omstandigheden op: wij zelven blikten in onze jeugd voortdurend op onze omzichtige moeders, voelden bij de minste reactie ook ons zelven geklemd in rotsomheining van zeden en wetten. We zagen de handelingen van onze moeders gehouden onder voortdurend opzicht van onze vaders, die ze bij de minste zijdelingsche afwijking van wat zij den rechten weg oordeelden, corrigeerend omstuwden.
Achtten onze moeders haar eigen inzicht tóch het ware, voorzagen zij soms, dat, wanneer het geschiedde, zooals onze vaders het wilden, het heel en al mis zou loopen — en bij den op sommige punten intuitiever, sneller begrijpenden aard der vrouw kon dit voorkomen — dan lag het dicht bij de hand dat ze de handeling, die vader openlijk rechts gestuurd had, in stilte weer links stuurden. Openlijk verzet immers lag niet op haar weg. De man had het recht van bevel, het gansche gezin was hem onderdanig, dit geloof zat haar nu eenmaal ingeroest, dit was een familie-erfenis van eeuwen en eeuwen. De gedachte reeds, dat de vrouw haar eigen opinie stellen zou tegenover die van den man, was heiligschennende opstand. Alzoo: onze moeders sponnen haar webbetje en wij, kinderen, die het aanschouwden en de wonderen ervan bijwijlen in ons vaders bijzijn verkondigde, wij waren "enfants terribles". En uit de gestoorde vredesstemming in huis, uit onze bestraffingen, leerden we al spoedig, dat een webbetje een precieus iets is. En dat een precieus webbetje ons dienstiger was dan een klinkende stem en een wijzende hand.
Wilde vader uit — hij zei ons adieu. Verlangde moeder naar een wandeling, naar 'n opfrisschend gesprek met 'n bekende, naar 'n stuk in den schouwburg: haar plaats was bij de kinderen in de huiskamer. Opfrisschend gesprek: onnoodig, ze hoorde genoeg te hebben aan de kinderen. Naar den schouwburg: onnoodig, ongepast zelfs, daar hoorde ze niet zonder haar man. Was de zucht naar wat anders, wat anders een enkele maal dan de eeuwige kindergedachte, de in alle hoekjes bekende huiskamer, niet tot wijken te bewegen, dan was daar als eenige oplossing — het web.
En na één of twee keer onze moeders tot "enfant terrible' gestrekt te hebben, kenden ook wij het klappen van de zweep. En we stonden niet radeloos meer, wanneer we onze broers vanuit de blaren van een boom de luide kreten van hun vrijheidszwijmel hoorden rondstooten en ons verboden werd er heen te klimmen, omdat — ja omdat zij jongens heetten en wij meisjes. Dit hadden, we hooren aanvoeren, zoover we ons konden herinneren en kinder-philosophie wordt opgewekt door iets nieuws, niet door iets bekends; we overwogen dus niet de al- of niet gegrondheid van het argument, 't kon wel zoo zijn; maar die zucht om ons 'n poosje boven den dagelijks beganen grond te verheffen, ons 'n oogenblik aan vrijheid te bedrinken, joelde onbedaarlijk ook door onze beenen, ook door ons kinderlijf, en — snel en hevig concentreerde zich onze geest op den omtrek, liet zich dien voorbijjagen, speurde buiten 't bereik van bevoogdende oogen een anderen boom. Ons webbetje onze toevlucht!
Wordt vervolgd.
terug naar Artikelen