Over de inhoud van deze website: Enkele zwaartepunten

De artikelen, berichten en essays van Adelyde Content vormen een bijzondere bron om de beginjaren van de antroposofische beweging in Nederland te bestuderen. Van nabij – in Den Haag en in Dornach – volgde zij de ontwikkeling van de antroposofie, waarover zij in talrijke kranten en tijdschriften verslag uitbracht.

Haar heldere schrijfstijl en haar overtuiging dat de antroposofie een belangrijke culturele impuls vertegenwoordigde, kwamen in heel haar werk duidelijk naar voren. Juist daarom geven haar artikelen niet alleen informatie over feitelijke gebeurtenissen, maar bieden ze ook een goed beeld van de wijze waarop de antroposofie destijds werd beleefd en gepresenteerd.

De taal van omstreeks 1920 verschilt nogal van het huidige Nederlands. Niet alleen de spelling, maar ook de betekenis van sommige woorden is in de loop van de tijd veranderd. Daarom zijn op deze website waar nodig verklarende opmerkingen of voetnoten toegevoegd. Het woord 'merkwaardig' betekende destijds bijvoorbeeld vaak letterlijk 'de moeite waard om op te merken' of 'bijzonder'. Het had toen nog niet noodzakelijk de huidige bijklank van vreemd, raar of eigenaardig.

Uit verschillende bronnen blijkt dat Rudolf Steiner en Adelyde Content elkaar persoonlijk kenden¹). Als correspondente werd haar werk in antroposofische kringen echter niet algemeen geaccepteerd. Het interview dat zij met Albert Steffen voerde, geeft hiervan duidelijk blijk²). In tegenstelling tot deze kritische ontvangst binnen de beweging, gold zij in literaire kringen juist als een bekende en geachte schrijfster.

Haar lange, zorgvuldig uitgewerkte bijdragen in Die Drei³) tonen een diepgaande wetenschappelijke kennis van de Griekse en Romeinse cultuur. In samenhang met Rudolf Steiners lezingen opent haar werk heel nieuwe inzichten in de antieke mysteriën.

Toen Adelyde Content het Erasmianum te Rotterdam volgde, had ze les van de dichter J.H. Leopold in klassieke talen. Hij moet op haar een diepe indruk gemaakt hebben. Hij behandelde de klassieke teksten filosofisch, esoterisch en met een enorme sensitiviteit voor de diepere mysteriën van de taal – iets waarvoor zij bijzonder toegankelijk was.

Deze bijzondere band tussen leraar en leerling bleef ook in de literaire wereld niet onopgemerkt. In 1930 verscheen het boek Fausten en Faunen van Anthonie Donker (het pseudoniem van dr. N.A. Donkersloot, 1902-1965), hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, dichter, criticus en essayist. In deze bundel verzamelde hij "beschouwingen over boeken en menschen". Veelzeggend genoeg opent hij zijn verzameling met een essay over J.H. Leopold, en sluit hij het werk af met diens oud-leerling Adelyde Content. Zij had hem hiervoor haar eigen studie over de Helena-sage ter beschikking gesteld.                                                                                                                                            


deze links openen in een nieuw venster 

¹) Ontmoetingen

²) Interview

³) Die Drei