terug naar "Publicaties"

April 1920 , Maandblad 

"Drieledige Indeeling van het Sociale Organisme"  

     In de Nieuwe Courant van Zaterdag 20 Maart avondblad lezen wij het volgende, dat een eigenaardig licht werpt op de gevolgen van de exploitatie van economische bedrijven door staat of gemeente:


Georganiseerd verzet.

     De gemeentelijke waschinrichting in Amsterdam levert weer een mooi staal van overheidsbeheer. Ƒ 100.000 verlies is op dit bedrijf geleden en nu wil men goed geld naar kwaad geld gooien en een wasscherij maken van veel grootere capaciteit, om op die wijze het verlies goed te maken. Het verlies zal natuurlijk stijgen naar verhouding van de capaciteit der waschinrichting of nog meer. Men wil blijkbaar nu eenmaal niet leeren dat het stelsel der ambtelijke verantwoordelijkheid, en dat hetwelk een commercieel beheer mogelijk maakt, zelfs al zijn de personen van nog zoo goeden wil, als water en vuur tegenover elkaar staan.

     Overheidsbedrijven moeten nu eenmaal, vooral in onzen democratischen tijd, rekening houden met factoren, waarmee een commercieel bedrijf niets heeft uit te staan. Het artikeltje van dr. Terneden over de moeilijkheden in het gasbedrijf vestigt er ook weer de aandacht op. Arbeidersdwingelandij, kiezersvrees, de "gedekte verantwoordelijkheid", zij maken een economisch bedrijf vrijwel volstrekt onmogelijk en de gemeentefinanciën of die van het Rijk moeten er maar goed voor zijn. Een cijfer uit de rede, die onze wethouder van Financiën 1.1. Donderdagavond hield, is in dit opzicht welsprekend.

     Tusschen 1913 en 1920 verviervoudigde zich het bedrag dat aan gemeenteloonen wordt uitbetaald en nog bij het jongste voorstel van B. en W. tot verhooging van de loonen van gemeentewerklieden, dat al zeer royaal was, ook in verhouding tot de gestegen levenskosten, werd er door de democraten in den Raad weer een schepje opgegooid, zoodat nu tegenover de stijging met 100 pCt. der kosten van eerste levensbehoeften een loonsstijging staat van 240 pCt., en het einde is niet af te zien. De burgerij, die thans tot 16 pCt. van zijn inkomen aan gemeentebelastingen zal moeten betalen kan eerst bij de volgende verkiezingen doen blijken van haar wil de gemeente de tering naar de nering te doen zetten. Met steun van het Rijk verplaatst men de moeilijkheid voor den belastingbetaler eenvoudig. Velen, die enkel inkomsten uit arbeid hebben, worden thans reeds genoopt weken aaneen te werken voor den fiscus van Staat en gemeente en zien het door hen met hard werken vergaarde loon verknoeid aan proefnemingen met een gemeentelijk waschbedrijf, zooals in Amsterdam, of andere dergelijke kostbare overbodigheden. Van een organisatie van het verzet tegen dergelijke methoden bespeurt men nog zeer weinig.

      Men meent dat de macht van het getal het verzet nutteloos zal maken en blijft apathisch mopperen, inplaats van te zorgen, dat de ergernis over het verkeerd gebruik van openbare gelden wordt geleid in een bedding, die zooals eenmaal het water van de Alpheus en de Peneus, dezen Augiasstal reinigt. "Wie tegen de bureaucratie ?"' schreef Indicator boven zijn artikelen in dit blad deze week. De burgerij zelf kan, als zij wil, de Hercules zijn, die dit reinigingswerk verricht, maar zij moet toonen te willen.

                                                                                _________________

     Twee openbare voordrachten gaf de heer A. E. Werbeck in Den Haag, beide gevolgd door een uitvoerige gedachtenwisseling. In den aanvang van zijn eerste rede toonde Spr. de foutieve basis der Marxsche theorieën aan: enkel en alleen door het economische wilde Marx het proletariaat helpen. Maar het is niet het economische alleen, waarin den proletariër tekort gedaan is. Door verhooging der loonen helpt men op den duur den onvrede niet uit den weg. Onbewust voelt de arbeider dit, maar waar 'm de schoen wringt, kan hij niet nagaan.

     Spr. zégt het: dat zijn arbeidskracht als koopwaar behandeld wordt, dat is het wat den arbeider den druk van den onvrede geeft.

     Neem den arbeider op een andere wijze op in het bedrijfsleven, geef hem inzicht in het bedrijf, waarin hij werkzaam is, zoodat hij niet langer machine, geef hem aandeel in de opbrengst van het bedrijf, zoodat hij niet langer loonslaaf is, en ge zult den vrede in den arbeider zien terugkeeren. In het gevolg van dezen gedachtengang ziet men het gevaar van de groeiende bedrijfsannexatie door den Staat: zoo'n staatsbedrijf doet, in de mate van z'n grooteren omvang, den arbeider intenser zich een nummer voelen, met grooter bedreiging van verlies van arbeidslust

     Neen, geen wijder-strekkende "beschermende" Staatsarmen! Men heeft het in de crisisjaren gezien, waarheen zulks voert. Redding uit den chaos is slechts mogelijk op ééne wijze, maar dan ook op deze ééne wijze alleen: de drie gebieden, die verward en verwarrend dooreenliggen: het economisch, het rechts- of politiek- en het geestelijk gebied dienen gescheiden. Elk van die drie bereddere op eigen terrein z'n eigen zaken en grijpe niet in die van een der beide andere in. Slechts de onvermijdbare, zelfs noodige wisselwerking hebbe plaats, geen ingrijpen. De eerste knoop, dien men te ontbinden heeft om de verwarring te verminderen, is dat men het loon wegneemt uit het gebied, waar het niet thuishoort, het economische n.l. en het verwijst naar z'n eigen terrein: het rechtsgebied. Aan het rechtsparlement is de taak, de verdeeling van de opbrengst (a het loon) zoo te regelen, dat elk naar z'n praestaties en behoeften (verschillende gezinsgrootte) beloond wordt. Tegen de toekenning van een extra aantal procenten aan den bedrijfsleider, door wiens capaciteiten de productie enorm gestegen zou zijn, zou geen bezwaar moeten bestaan.

     Dus de loonskwestie weg uit het economisch gebied; op het terrein van het economische hooren slechts drie kwestiesthuis: le warenproductie, 2e warencirculatie, 3e warenverbruik. Maar een rechtsparlement, dat regelend zou kunnen ingrijpen, zou er voor zorgen, dat niet langer een productie in het wilde weg plaats vond, met de daarmede verbonden verspilling van arbeidskracht. Het zou krachten vrijmaken, door b.v. met één algemeene belasting te volstaan en zoodoende tevens met een miniem deel van het thans fungeerend beambtenheir (="een leger van beambten). Het zou de krachten b.v. van het personeel van 19 van de 20 sigarenwinkels in een drukke winkelstraat voor doelmatiger en meer bevredigenden arbeid opeischen.

     Maar voor een "nieuwe geboort" is wel de allereerste noodzakelijkheid de vrijmaking*), en daarna hernieuwing, van het derde der drie genoemde gebieden: het geestesleven. Het tegenwoordig geestesleven bleek machteloos tot het opbouwen eener nieuwe cultuur en de onmacht zal blijven zoolang de onvrijheid bestaat. Maar men beseft zelfs dikwijls niet eens, hóe de Geest aan den leiband van den Staat loopt. En toch, globaal beschouwd en gesproken, is het kind, dat met de staatsschool begint, waar het "gevormd" wordt, door vanwege den Staat geëxamineerde en gesalariëerde onderwijzers, en dat vervolgens de poorten der staatsexamens passeert, ten slotte iets anders dan een staatsproduct ?


*)"Maar om spiritueel opnieuw geboren te worden, is het allereerst absoluut noodzakelijk dat men zich bevrijdt (van oude dogma's, zonden of het ego)..."


     In zijn tweede rede gaf de heer Werbeck frappante staaltjes van fiasco in gevallen, waarin economische kwesties in plaats van uit het economisch gebied door den Staat geregeld werden. En hij lichtte nog eens nader zijn bedoelingen omtrent de positie van den arbeider in het bedrijf toe. In alles behoort den arbeider inzicht gegeven te worden, zelfs in de boeken; een fabrieksgeheim wordt op economisch terrein, waar broederschap moet en zal gaan heerschen, een onbekende grootheid. Inzicht dus in alles, maar niet een ingrijpen in de leiding: het initiatief hoort uitsluitend bij den leider thuis. In zoo'n bedrijf, waar allen "medewerkers" zijn, zal voor nietsdoeners van zelfsprekend geen plaats zijn: de arbeiders zelve zullen het met de leegloopers wel uitmaken. Maar ook wanneer een leider onbekwaam is, zal het bij de bedoelde regeling ten duidelijkste aan zijn arbeiders blijken. Waarna de leider zich niet op de hem niet toekomende plaats zal kunnen handhaven. Als voorbeeld, hoe op de nieuwe wijze vraagstukken zijn op te lossen, noemde Spr. b.v. het bouwen van arbeiders- woningen: zondert men 5% van de arbeiders van een onderneming af om de huizen te bouwen en arbeiden de overigen 5 % meer, dan komt men in evenwicht.

     In het op zichzelf te stellen rechtsgebied is gelijkheid het parool. Den gezonden mensch zit het gezonde rechtsgevoel ingeschapen. Het Romeinsch recht hebben we niet van noode, binnenuit den levenden mensch hoort het recht te komen. Een "Fremdkörper" is dat oude, uit Rome stammende recht. In het nieuwe rechtsparlement heeft men vertrouwensmenschen noodig, van wie men overtuigd kan zijn, dat ze onderscheiden kunnen wat recht is. En in het geestelijke gelde de vrijheid, de roeping! Door de jammerlijke "Experimental-psychologie" dreigt de diepte, de grondigheid van sprekers landgenooten verloren te gaan. Zonder twijfel hebben de grootste geesten op de schoolbanken juist niet bepaald schitterend die experimenten doorstaan. Schiller althans verwierf voor een schoolopstel een 3, terwijl hij toch zeker tot opstellen maken in staat is gebleken!

     Zooals reeds gezegd, na elke redevoering is van de gelegenheid tot gedachtenwisselen ruim gebruik gemaakt. Het zou hier te ver voeren, daarvan uitvoerig verslag te doen de lezer veroorlove ons dus een greep hier en daar naar wat ons trof. Men wilde b.v. van Spr. weten, of hij al of niet nog werkstakingen in dien toekomststaat voorzag. De heer Werbeck achtte de mogelijkheid uitgesloten in een economisch leven, waarin elk z'n verantwoordelijk aandeel heeft. Men staakt thans toch ook niet in z'n eigen zaken.

     Of men tot werken gedwongen zal worden, werd verder gevraagd. Maar Spr. betoogde, dat in een dergelijke maatschappij, waarin "Leistung gegen Leistung" geldt, voor nietsdoeners geen plaats is. Voor hen, die niet tot werken in staat zijn, regelt het rechtsparlement den toestand.

     Antwoordend op de vraag, of, na doorvoering dier ideeën, geen nieuwe klassen zouden ontstaan, wees Spr. de onmogelijkheid hiervan aan, wanneer voor het proletariërskind steeds weer door middel van de eenheidsschool, de weg van onderop geheel vrij zal zijn.

     Men wilde ook weten, hoe de heer W. zich de overgang van de kapitalistische tot de gemeenschappelijke productie denkt. Geen dag mag de productie stilstaan, aldus Spr., al voortgaande moet van onderaf hernieuwd worden, arbeidersraden ingesteld etc.

     Spr. scheidde van ons met ernstige, waarschuwende woorden tegen een nadreigend gevaar. Zijn terminologie in dezen moet den intellectueelen onder zijn gehoor uit het hart gegrepen zijn. In Duitschland immers zijn de soc. democr. wel reeds zoo ver, dat ze de economie van de politiek willen scheiden, een tweedeling dus. Maar eerst dan moet het jammerlijkst denkbaar gevaar ontstaan, dan komt de geest, van waaruit alles herboren moet worden, eerst recht in 't gedrang. Wanneer wat loon, ziekte- en ouderdomsverzekering betreft, den intellectueel van tegenwoordig vergelijkt met den proletariër, blijkt de laatste edelman, de eerste inderdaad geesteskoelie te zijn. Bij diè vergelijking ziet men, waartoe de geest reeds verstooten is.

                                                                                                                                                                         Adelyde Content.

Bij dit artikel was de volgende advertentie geplaatst:

Wie zich ernstig met het sociale vraagstuk bezig houdt, die leze:

"DE KERN VAN HET SOCIALE VRAAGSTUK IN DE LEVENSVOORWAARDEN VOOR HET HEDEN EN DE TOEKOMST"

door

Dr. RUDOLF STEINER.

Prijs f 0.75.

Verkrijgbaar in elken boekhandel en bij den Uitgever:

W. DE HAAN, Rembrandtkade 35 Utrecht.

terug naar Publicaties