terug naar Artikelen

02.08.1911, Deel 2

Cherchez la femme

LIDA CONTENT.

(Vervolg.)

En dat webbetje hadden we bij de hand als onze broers mochten knibbelen, simmeren, schieten, als ze hun vrije middagen mochten gebruiken naar hun begeeren, terwijl wij ons dien tijd te bekwamen hadden in "nuttige en fraaie handwerken". 't Welk alles geschiedde in jaren, dat er toch van 'n noodzakelijk verschil in opvoedingssysteem vanwege sexe-verschil nog geen sprake kon zijn.

Madame de Staël wilde eens Napoleon bezoeken. Er werd haar gezegd, dat hij haar niet ontving. Toen ze toch wist te verkrijgen, dat men haar aandiende, liet hij haar z'n spijt betuigen, dat hij haar niet ontvangen kon, daar hij zich juist aan 't baden was. Zé zond den boodschapper terug met het antwoord, dat dit geen bezwaar was: "Le génie n'a pas de sexe".

Ik maak er geen aanspraak op Madame de Staël in geniale opinies te overbluffen, wanneer ik hier naast durft stellen: "L'enfance n'a pas de sexe".

Stellig werd echter onze positie naast die van onze broers niet voordeeliger. Bijvoorbeeld: ik acht het niet goed het opgroeiende meisje al wat gedrukt wordt in handen te geven. Dat ze echter, wanneer haar een boek verboden wordt, zeggen kan: Jan heeft het ook gelezen, en tot antwoord ontvangt: Jan is een jongen, duidt op een scheeven toestand. Of Johan haalde evenveel nadeel uit het boek als Johanna er uit gehaald zou hebben, òf om het nut, dat Johan er uit gehaald had, kon Johanna het evengoed lezen. Het "een jongen moet weten wat er in de wereld te koop is" is stellig 'n onaanvechtbaar oordeel, maar even onaanvechtbaar acht ik 't, dat een meisje van wat ze in de wereld vinden kan op de hoogte zij. Want niet minder dan de jongen heeft het meisje te duchten van de invloeden en gevaren der wereld.

Lukt het haar ouders ook al eens, haar de gansche jeugd buiten dier werelds bereik te houden, de dag kan komen, dat ze er niet meer zijn om de wereld verre te houden. Ziedaar dan de lieve onschuld onwetend alleen in de branding. Wee haar onschuld! Of de dag kan komen, dat hun bescherming plots afgeknot wordt, wijl ze haar over te geven hebben aan den man. De lieve onschuld komt in een nieuwen kring, staat bloot aan ongekende, onbegrepen invloeden. Ze botst-botst-botst. Làm slaat haar de al maar aanzwellende stroom wonderen. Krachteloos staat ze tegenover wat haar afschuw inboezemde. Wee haar onschuld!

En wee haar naam bij de wereld! Want diezelfde wereld die haar onwetend wenschte, staat gereed haar te bespuwen, zoodra ze in haar onwetendheid den geringsten misstap zet. De man faalt — nu ja, 't is een man. De vrouw faalt — vreeselijk, en dat voor een vrouw! En te falen voor haar innerlijk hoeft ze niet eens om zich beklad te weten. Laat het meisje —- en hier komen we weer aan een machtigen motor voor den spinaard der vrouw — laat het meisje den jongen man lief hebben, met de geheel natuurlijke liefde, zooals die in elk jong hart staat geboren te worden. Ook hier wee voor haar naam! De jongen heeft het meisje lief, zegt het haar en verkrijgt haar of zegt het haar en verkrijgt haar niet. Alles natuurlijk zaken, waaraan men, als aan natuurlijke zaken, geen woord ten koste legt. Het meisje dat lief heeft, heeft dit met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te bedekken. Zou er iets van uitlekken, de wereld vatte de teere kwestie met haar ruwe handen aan, betastte ze van alle kanten, bazuinde haar bestaan alomme. Meelijdend geglimlach, spot, ware het deel van het meisje dat in omzichtigheid te kort geschoten was.

Erger nog ware haar lot, zoo ze het waagde de man te zeggen hoe ze hem liefhad. Geen meelij zelfs meer, hoofdschudden, spot, smaad voor het meisje dat zich zoo kon "vernederen". Zoo'n meisje: 'n schande voor het vrouwelijk geslacht.

Bestond en bestaat er voor het verlangende, liefhebbende meisje, iets anders dan de moord van het in haar opgebloeide? Neen — maar ja, toch, maar ja, ja, ja — : het web!

De jonge man blijft uit avonden, halve, heele nachten. Men gaat hem niet na, vraagt hem niet. Wat (?) een jonge man moet z'n vrijheid hebben, moet de wereld leeren kennen, van z'n jeugd genieten. Wee het jonge meisje, dat een geurzwoelen lenteavond in verwarring zich kon laten kussen!

De getrouwde man krijgt een ander lief — daarvoor is't een man, diens hart is niet berekend op één vrouw voor heel z'n leven. De getrouwde vrouw ontdekt in zich de liefde voor 'n ander - verfoeilijk wezen, haar man ontrouw! Heeft ze kinderen, nog verfoeilijker als 't kan! Had de getrouwde man 'n ontelbaar kroost — dat stond buiten de zaak.

Men weet dat de getrouwde man z'n nieuwe liefde bezoekt, men doet er het zwijgen toe. Ontvangt de getrouwde vrouw openlijk haar liefde: Ze is gebannen uit de samenleving, vinger op vinger gaat haar wijzend na.

De man scheidt zich van de vrouw, z'n positie in de wereld verandert er niet om ; hij blijft die hij was, z'n uiterlijk leven gaat voort als het ging.

De vrouw scheidt om haar andere liefde te kunnen volgen; steenen worden gereed gehouden, alom. Door louter pure menschen natuurlijk, want Jezus veroorloofde het alleen den zondeloozen.

En uit reverentie voor steenen, wijzende vingers, hoon en weegeroep bespon de vrouw de wereld met webbe. En de man, die z'n daden voor het daglicht verrichtte, kreet de vrouw een minderwaardig wezen, een ondoorgrondbaar wezen. En hij neuriede:

Comme la plume au vent

Femme est volage

Et bien peu sage

Qui s'y fie un instant.

Of:

Souvent femme varie

Bien fou qui s'y fie.

En meer variaties op hetzelfde thema.

En Heine herinnert er aan, hoe het bovengedeelte van het lichaam van de geliefde van Raymond van Poitiers dat van een schoone vrouw was, het ondergedeelte van een slang. En hij verzucht benijdend: Glücklicher Raimond, dessen Geliebte nur zur Hälfte eine Schlange war!

Steeds weer stond de man verwonderd over de vrouw. En verwonderd over het eindeloos spinrag, dat de wereld overdekte. Schoot er soms een schaterende zonnestraal neer en deed een web opglimmen, dan ontdekte hij meest als centrum: de vrouw. Stond hij nu voor een onontwarbaar net, dan bezwoer hij een zonstraal om de vrouw te doen oplichten. En als tooverformulier mompelde hij er bij : Cherchez la femme.

                                                                                  *                *

                                                                                           *

Ik weet niet, of men plaats en tijd kan aanwijzen waarop de gedachte het in den titel genoemde kleed aantrok. M'n bedoeling was slechts uw aandacht te vragen voor de geboorte der naakte gedachte en voor haar levensvoorwaarden tot op heden.

De wereld evolueert, de blinde slechts stemt het niet toe. Aan de evolutie neemt de verhouding der sexen in sterke mate deel. De mogelijkheid bestaat, dat de wereld al evolueerend, het haar omklevend spinrag verbreekt, door zuiverder verhoudingen aan nieuw spinrag de bestaanbaarheid ontneemt, daarmede ook aan de gedachte, aan de ziel van het "cherchez la femme". Het omhulsel zou daarna een nieuwe, lichtere gedachte tot incarnatie kunnen gaan dienen, een gedachte die haar glans dankte aan de gelegenheid, de vrouw gegeven, de haar tot eigenschap geworden Gewandtheit zwierig, met lossen teugel hooger banen op te sturen.

Het wegdroomen in toekomstbeeld is zalig!

Lida Content


terug naar Artikelen