terug naar Artikelen
05.12.1933, Het Vaderland
Nieuwe Uitgave (boekbespreking)
"Das Antlitz von Venedig", door F. Häusler
(Verlag van Benno Schwabe&Co.Basel)
Häusler is Zwitser, een bouwkundig ingenieur, die ambtshalve genoopt was, eenige jaren in Venetië te wonen. Verder, of liever in de eerste plaats, is Häusler kunstenaar, een fijne kunstenaarsziel. Wat verklaart waarom hij, wanneer hij het onderneemt, het heden ten dage verschijnende en dat, wat in oudere tijden verschijnsel was, op zich te laten inwerken, het verstaat met een zeldzaam perceptievermogen in de vergane dingen en hun oorsprong door te dringen en het verband te leggen met de gedaante, die ons rest. Wanneer ik aan Häusler denk, dan zie ik hem, zooals ik hem eens gezien heb: hij hield een rede, in Bazel, over onze technische eeuw. Hij, technisch vakman, besprak de techniek als artiest: hij stond daar, voortdurend onder het spreken het hoofd en de handen licht bewegend, de neiging van hoofd en hand doorloopend zoo, dat ze op elkaar ingesteld leken, eenheid van tegendeelen leken te zoeken. Het was Grieksch, dat zoeken naar evenwicht, men had voortdurend het gevoel, een Helleenschen kunstenaar bii te wonen bij zijn harmonisch scheppingswerk. Maar het was een mensch uit de 20ste na-Christelijke eeuw, die hier stond, harmoniserend in zich den modernen ingenieur en den kunstenaar, hoofd en hand, kennen en kunnen.
Van wien beter dan van Hausler kan men een gedegen en tegelijkertijd gedragen werk over Venetië verwachten? Wie beter zou in staat zijn, de in het grijs verleden verloren wortels der oude republiek weer te vinden, den boom in zijn grilligen wasdom te verstaan, hem in zijn bloei ons voor te tooveren, zijn ontluistering te doorschouwen en tenslotte ons ontroerd te voeren door den nog immer schoonen weemoed der ontluisterde takken?
Toch heeft de schrijver van deze mogelijkheden tot volledigheid, die in het bereik zijner vermogens lagen, geen gebruik gemaakt Hijzelf spreekt het in zijn voorwoord uit: «Het is niet de bedoeling, dat de totale façaden van het cultuurgebouw hier worden nageteekend, maar slechts enkele vensters van dit gebouw door welke heen van verschillende kanten het ééne aangezicht van het eigenlijke Venetië zichtbaar wordt". Waarmee we dan tegelijk er over georiënteerd zijn, dat we in dit werk _ niet louter een beschrijving van het uiterlijk van Venetië moeten verwachten, maar dat de titel van het boek ,, Das Antlitz von Venedig", een dieperen zin heeft, een wijsgeerigen zin: Zooals het uiterlijk van den mensch uitdrukt, wie de drager van dit uiterlijk is. Zooals men uit het aangezicht van den mensch zijn wezen, zijn eigenschappen en mogelijkheden afleest, die dus de scheppers zijn geweest van dit aangezicht: in dien zin heeft Häusler het Antlitz van Venetië gezocht, doorvorscht. De macht, die de drager der eigenschappen was, de macht, die «dat verblindend cultuurgebouw" schiep: die macht is het, die de schrijver uit het gelaat van Venetië heeft trachten op te sporen.
Zonder een fijnen zin voor historie is het uit het tegenwoordig aangezicht van Venetië niet mogelijk, juist deze macht op het spoor te komen. Uit de woorden, waarmede de voorrede direct reeds aanvangt, zien we, hoe Häusler zich dit bewust is: «Men neemt algemeen aan, dat de moderne Venetiaan als een vreemdeling in zijn eigen stad leeft, met welker verleden hem niets levends meer verbindt. Men meent, dat men door hem niets meer over het oude Venetië te weten kan komen als wat ieder zelf uit kunst-, wetenschaps- en andere monumenten zich kan verwerven".
Maar één gebied bestaat er, volgens Häusler, dat deze meening te niet kan doen: "Het ligt daar, waar in Venetië geworsteld wordt om het bestaan. Daar worden nog resten aangetroffen van die eigenschappen, die eens voor heel de wereld van historische beteekenis zijn geweest."
Wanneer ooit nog een bewijs noodig is, dat, om de ware impulsen der historie te doorgronden, men de strooming, die men eens het «historisch materialisme" heeft gedoopt, niet gebruiken kan, dan heeft F. Häusler dat bewijs eens voor altijd geleverd door de wijze waarop hij, vrij het verleden, aanschouwend en het psychologisch doordringend de ondergronden van een staatsmacht, eens door heel de wereld gevreesd, heeft blootgelegd. Zooals eens vooral het karakter, dat zich in Venetië's aangezicht uitdrukt, getypeerd ligt in de meesterlijkboeiende beschrijving van Venetië's deelneming onder leiding van den 95-jarigen blinden Dandolo aan den vierden kruistocht. Slechts enkele alinea's uit de samenvatting aan het slot van die beschrijving: ,,Hij heeft, den kruistocht noch in het leven geroepen, noch hem het eigenlijke leven gegeven, maar hij maakte uit het leven en de kracht, die zich in den kruistocht hadden uitgestort, iets geheel anders, als wat de bestemming er van zou zijn geweest. Dit andere is dat, wat hemzelven eigen was.
Wat aan berekenbare vaste waarden uit den ongebreidelden storm en drang van Frankrijk en uit het gouden-pralend ouderdomsverval van het Byzantijnsche rijk gedistilleerd kon worden, dat haalde hij er uit voor zijn staat, de rest liet hij over aan den ondergang."
De kunstenaar in Häusler koos wondermooie afbeeldingen uit, aan welker hand men den door de oude stede pilgernden schrijver des te dankbaarder volgt. Men kan onder dit geleide op een nieuwe wijze leeren oude kunst te zien. Maar vooral: die kunst te doorleven als openbaring van den eeuwigen geest door den tijdelijken mensch op zijn tijdstip in de wereldontwikkeling.
We kunnen hier slechts een enkele vingerwijzing geven naar den rijken inhoud van dit werk. Tot slot hierbij de korte karakteristiek door den schrijver zelf der methode, waarnaar gewerkt werd om dien rijken inhoud te verkrijgen. Deze karakteristiek omschrijft nauwkeuriger wat wij bedoelden aan te geven met het "vrij aanschouwen."
"Voor de methode", schrijft Häusler in het voorwoord, "welke tot dit doel werd aangewend, is de dank aan Rudolf Steiner verschuldigd. Zij ontstaat vanzelf, wanneer men tracht het theoretisch gedeelte van zijn werk in de praktijk te beproeven. Daartoe heeft men aan de beschouwing van het wereldgebeuren en van de gevolgen der eigen daden en aan het logisch doordringen der gedachten, toe te voegen de nauwkeurige waarneming der werkingen, die dit gebeuren en deze gedachten in het eigen binnenste hebben. Vanzelf treedt hierdoor een kant der objectieve wereld in het waarnemingsveld, welke onbemerkt blijft zoolang de "erkennende" blik in deze richting niets zoekt."
En dan duidt de schrijver op de onvolmaaktheid van zijn werk door er aan te herinneren, dat men zichzelven zou moeten volmaken om in volmaakte reinheid te kunnen spiegelen.
Zijn we echter niet allen ertoe bestemd, ons tot steeds zuiverder spiegelende instrumenten te maken van dat wat zich in ons gezichtsveld, ons waarnemingsveld in 't algemeen, voordoet op onzen levensweg? En is het doel van een boek niet bereikt, wanneer het ons, als dit doorgronde aangezicht van Venetië een helper is op den moeilijken weg naar de bestemming: de zuivere spiegeling in bet bewust doorleven van bet zuiver spiegelbeeld?
Adelyde Content
terug naar Artikelen