terug naar Publicaties

Kerstnummer, 1939, "Op de Hoogte"

OPVOERINGEN VAN GOETHE'S FAUST

Eerste en tweede deel, onverkort in het Goetheanum te Dornach

     Na vele jaren van voorbereiding, gedurende welke er steeds meer Faust-matinées of Faust-avonden gegeven konden worden, waarin verschillende tafreelen werden opgevoerd, die langzaam elkaar aanvulden, is het sinds vorigen zomer mogelijk, den heelen Faust op het tooneel van het Goetheanum te brengen. Zelfs het tweede deel, dat tot nog toe voor onopvoerbaar gegolden had, en waarvan men, als men er zich eens aan waagde, heele gedeelten schrapte, is hier onverkort zichtbaar. Gelijk den vorigen zomer ging ook thans tijdens de zomercongressen de heele Faust, die vier-en-twintig uren vraagt, twee keer. Zooals steeds bij Faust-avonden, zaten ook bij deze opvoeringen van den ganschen Faust de menschen tot op de trappen van het amphitheater toe. Terwijl toch voor een kleine duizend menschen plaats is in de zaal. Door toepassing van de kunsten, die de stichter van het Goetheanum, Dr. Rudolf Steiner, inaugureerde: eurythmie en Sprachgestaltung, werd het mogelijk, alles wat tot op onzen tijd aan een ten tooneele brengen moeilijkheden in den weg had gelegd, voor het tooneel als vanzelf op te lossen. Met name waren het de tafreelen, die Goethe in bovenzinnelijke gebieden zich laat afspelen, waarmee men steeds geen raad geweten had. Het is juist de kunst der eurythmie, die de onzichtbare, dus buiten- of bovenzinnelijke beweging, welke elken klank ten grondslag ligt, uitdrukt, dus in het rijk der zichtbaarheden heft. En de anthroposophie of geesteswetenschap, waarvan Rudolf Steiner de drager en brenger was, verbond den mensch, door een diepere kennis en bewustzijn van het woord, steeds intenser met de scheppende, oorspronkelijke kracht ervan, spoorde er de wetten van op, bevrijdde het uit zijn intellectueel in z'n inhoud verstard-zijn, deed het weer opflonkeren in zijn oorspronkelijke kleur, glans, warmte, leven en maakte het zoo wederom tot licht hanteerbaar uitdrukkingsmiddel voor het rijk, waaruit het zijn oorsprong nam, het bovenzinnelijk rijk der scheppende krachten, dat aan het zintuiglijk rijk ten grondslag ligt. Zoo is het dan ook het, men kan zeggen bevrijde, woord, dat twee malen zes dagen lang — de vierentwintig speeluren werden telkens over zes dagen verdeeld — van het tooneel geklonken heeft, en vele malen ook van achter het tooneel, wanneer een beeldenwereld, die slechts voor Goethe's schouwenden blik had kunnen rijzen, den toeschouwer door eurythmisch zich bewegende wezens werd voorgetooverd. Een enkeling, of ook wel heel een onzichtbaar koor, dikwijls door palmen zijwaarts van het tooneel verdekt, doen dan de woorden klinken, die de aetherische verschijningen der beweeglijk-fantastische wezens in hun gebaren uitdrukken. Waarbij echter, wanneer het om de klank van een koor gaat, alle gevaar van in het demonstratief-betoogende te vervallen — iets wat bij de geweldige schepping van den worstelenden Faust geheel misplaatst zou zijn - vanzelf verre is. Aan de School voor Sprachgestaltung, die aan het Goetheanum verbonden is, hebben, onder leiding van Frau Marie Steiner, de tooneelspelers een scholing doorgemaakt in de geestelijke wetten, die aan al wat klank is, ten grondslag liggen. Zoo werd een koor, in plaats van een veelheid van ziele-emoties, een harmonie van individueel geschakeerde uitingen van den alléénen geest.

     De mare gaat, dat Goethe, die aan zijn Faust vanaf zijn jongelingsjaren tot op het laatst van zijn hoogen ouderdom werkte en hem verzegeld achterliet, gezegd zou hebben, dat hij eerst over honderd jaren verstaan zou worden. En evenzoo hoort men verluiden, dat Goethe de opvoeringsmogelijkheid voorzien heeft voor eerst minstens een eeuw later. Indien deze overleveringen waar zijn, heeft Goethe's vooruitziende blik de werkelijkheid merkwaardig getroffen. In deze Jura-streek, waar Goethe éénmaal in zijn leven doorreisde, er althans in zijn reisherinneringen ééns enkele woorden aan wijdde, rees een eeuw later, onder de zwaarste Schicksale, een Goetheanum, waar de Goethevorscher sinds zijn studentenjaren, Rudolf Steiner, het door hem herkend en erkend machtig geestesweten van Goethe interpreteeren zou en voortzetten, steeds verder den geest en zijn werelden navorschend. En waar hij, alle gebieden van wetenschap en kunst bevruchtend, na zijn heengaan de mogelijkheid achterliet, aan vele door hemzelf nog geënsceneerde en ingestudeerde tooneelen van den Faust de verdere tafreelen aan te sluiten. Met een grenzelooze opoffering, geestkracht, liefde, heeft Frau Marie Steiner jaren gewijd aan dezen arbeid. Mét de mysterie-drama's van Rudolf Steiner, mét het dramatische werk van Albert Steffen, staat nu ook het worstelend Faustleven, beeld van Goethe's eigen heldenstreven, in al zijn glans en aangrijpendheid, op het Dornachsch tooneel.

Dornach, Augustus 1939                                                                                                                          Adelyde Content

                                                                           

terug naar Publicaties